“Soms begint volwassen worden met herkennen wat je als kind al deed.”
Een vrouw kwam bij mij.
Haar gezin had extra zorg nodig, en ze merkte dat ze het vaak lastig vond om het overzicht te bewaren en dat niet iedereen haar inzet zag of begreep.
Dat bracht oude gevoelens naar boven.
Als kind zelf voelde ze zich vaak niet gezien.
Ze was gevoelig, zorgzaam en nam verantwoordelijkheid voor de emoties van anderen.
Haar thuissituatie maakte dat zij al jong een vertrouwenspersoon voor het gezin werd.
Die verantwoordelijkheid nam ze later mee in haar eigen relatie.
Ook nu kon haar partner veel op haar rekenen: plannen, organiseren, regelen.
Zelfs kleine vormen van hulp van anderen gaven haar al verlichting.
Al dat geven voelde voor haar als een oude jas: vertrouwd, bekend… maar vol gaten.
Het onbegrip van haar omgeving maakte opnieuw iets los.
Ze voelde zich niet gezien en niet begrepen.
Langzaam werd duidelijk dat die oude jas niet meer functioneerde zoals vroeger; hij hield haar niet langer droog.
Nu haar gezin extra aandacht nodig had, werd het haar te veel.
Overal moest ze geven. Ze had al zoveel gegeven.
Ze voelde zich uitgeput.
Ze realiseerde zich dat ze als kind al verantwoordelijkheden droeg die eigenlijk te zwaar waren.
Die patronen kwamen nu weer terug en eisten hun tol.
Samen bekeken we hoe haar vroeg ontwikkelde zorg- en waarnemingspatronen haar opnieuw in een te grote rol zetten.
Tegelijkertijd zag ze dat haar gezin haar de kans gaf om nu ook voor zichzelf te kiezen en grenzen te stellen.
Het werd zichtbaar dat ze verantwoordelijkheid kan dragen op een manier die past bij nu, niet zoals vroeger.
Zelfzorg en het stellen van grenzen maakten het mogelijk dat ze zowel voor haar gezin kon zorgen als voor zichzelf.
Zo kan iemand leren passend te geven, de eigen grenzen te herkennen en te voorkomen dat oude kind-gever-rollen opnieuw uitputten.